dinsdag 16 juni 2009

Parijs – Chartres 2009: Een Verslag (deel 2a)

De volgende dag, zaterdag 30 mei, ging de wekker al om vijf uur 's ochtends want we moesten al vroeg bij de Notre Dame van Parijs zijn en het was nog zeker een uurtje rijden. Bij de Notre Dame aangekomen was het al een drukte vanjewelste: duizenden pelgrims verzamelen zich voor de kerk, lever hun bagage en tenten af bij de aan de rand van het plein opgestelde vrachtwagens en krioelen met hun vlaggen, vaandels en kruisen kris kras door elkaar. Ondertussen worden in het Frans de chapitres – dat zijn groepen pelgrims die onder de patronage van een heilige de bedevaart lopen, gezamenlijk biddend, zingend, mediterend en luisterend naar voordrachten – één voor een opgeroepen om de kathedraal binnen te gaan. Ik moest terugdenken aan de eerste keer dat ik hier stond, en niet wist wat ik zag en hoorde: het kippenvel van toen, krijg ik er, nu twaalf jaar later, nog steeds van. Na enig zoeken hadden we het Belgische chapitre Notre Dame de Foy gevonden, bij wie ons kleine groepje Nederlanders zich aansloot. Als Nederlandsers liepen wij onder het partronage van de Heilige Martelaren van Gorcum, en hadden dan ook een mooie vlag te leen uit Gerwen met daarop een afbeelding van de martelaren – vlag, waar is de vlag, oei, toch niet, nee toch, die ligt waarschijnlijk nog in Delft. Dus zonder vlag, maar wel onder het patronage van de Heilige Martelaren van Gorcum, trokken wij de Notre Dame binnen. De Notre Dame is een imposante kerk, en hoewel wij bijna achterin stonden en daardoor slechts een klein gedeelte te zien kregen, maakte het geheel, zeker nu zij tot aan de deuren gevuld was met pelgrims, een diepe indruk op een ieder van ons. Het beeld van Notre Dame de Chretienté (Onze Lieve Vrouwe van het Christendom) – dat ons gedurende de gehele pelgrimstocht voor zou gaan – werd binnen gedragen. Gevolgd door de processie van broeders, seminaristen en priesters en een bisschop, het kruis en twee acolieten voorop. Zoals een medepelgrim opmerkte, een unieke processie, de eerste processie die zij ooit gezien had met rugzakken.
(vervolg volgt – zoals gebruikelijk bij een vervolg)

maandag 8 juni 2009

Parijs – Chartres 2009: Een Verslag (deel 1)

Vrijdag middag – 29 mei – begon mijn reis vanuit Delft richting Parijs. Anderen waren al eerder begonnen; enkele van ons waren op Amsterdam Sloterdijk opgepikt, maar kwamen eigenlijk van nog veel verder. In het totaal waren we met negen, precies een busje vol, van alle leeftijden, soorten en maten. Het weer was goed, en beloofde goed te blijven. De ring van Antwerpen gaf, zoals daar gebruikelijk is, wat vertraging. Verder ging het, al rozenkrans biddend, zingend, pratend, slapend (gelukkig niet door de chauffeur), richting Parijs. Hier gaf het Parijse verkeer weer de nodige vertraging, waardoor we rond een uur of zeven in Choissel aankwamen. Choissel is de eerste kampplaats, waar in de nacht van zaterdag op zondag een groot tentenkamp ontstaat vol met pelgrims. Maar de dag ervoor is het een groot bijna leeg veld, met een bewaker in zijn autootje, een rijtje wc's, enkele pallets met flessen water, markeerpaaltjes en een paar Maltezers (niet de snoepjes maar de blarenprikkers en zulks). Hier worden wij al verwacht en zullen wij de nacht doorbrengen. Het voordeel hiervan is dat de tenten en de bagage kunnen blijven staan, en we dus de volgende dag wanneer we moe van het lopen weer in Choissel zullen aankomen, niet onze tenten moeten opzetten. Na zorgvuldig een goede plek voor de tenten gezocht te hebben; zodanig dat de tenten naar verwachting niet midden over een pad, of nog erger midden in een gemeenschappelijke tent terecht zouden komen, gingen we met zijn allen nog een pizza in het naburige plaatsje eten; het zogenaamde galgenmaal. Daarna weer richting Choissel om te slapen. Maar alvorens te gaan slapen doken al de eerste problemen op, een slaapmatje bleek uitgeleend te zijn en zich ergens in Zuid Amerika te bevinden, en een slaapzak bleek eenvoudig weg nog thuis te liggen. Maar de geest van de pelgrimstocht, het zijn van één grote Christelijke familie, overheerste. Het matje werd vervangen door een isolerende picknickdeken (in combinatie met een stapel kleren). De kleinste pelgrim offerde zich op om in de bus te overnachten, zodat de slaapzakloze toch in een slaapzak kon slapen. De volgende dag zouden we kijken of in Parijs een slaapzak te regelen was.

maandag 6 april 2009

Ook een palmpje?

Afgelopen zondag was het Palmzondag, wat niet veel van doen heeft met een bekend biermerk. Palmzondag is het begin van de Goede Week waarin wij het lijden en de dood des Heren herdenken. Op palmzondag wordt de feestelijke intocht van Jezus in Jeruzalem herdacht, toen Hij zegevierend als Koning binnentrok, maar wat tevens Zijn opgang naar het Kruis van Golgotha inluidde. Dit vindt zijn weerspiegeling in de H. Mis van Palmzondag en met name in het Passieverhaal wat voorgelezen – of nog beter plechtig gezongen - wordt. Deze twee kanten van afgelopen zondag, een vreugdevolle en een droevige, vormen een geheel dat op het eerste gezicht misschien een beetje vreemd over komt, maar dat bij een nader beschouwen een ongekende diepgang kent. “Hosánna fílio David: benedíctus, qui venit in nómine Dómini. O Rex Israël: Hosánna in excélsis. - Hosanna de Zoon van David; gezegend Hij die komt in de naam des Heren. O Koning van Israël, Hosanna in den hoge” (Antifoon van de Palmwijding). Palmzondag begint met de plechtige wijding van de palm- of olijftakken (of andere altijd-groen-blijvende takken). In de zegen die de priester over de takken uitspreekt smeekt hij God opdat wij datgene wat wij op Palmzondag op zichtbare wijze hebben verricht, ook op geestelijke wijze zullen voltooien, door over de vijand te zegevieren en het werk van Zijn barmhartigheid boven alles lief te hebben. Palm- en olijftakken zijn het zinnebeeld van een goed christelijk leven. In de Heilige Schrift wordt gesproken van “de rechtvaardige die bloeit als een palm”, de heilige Johannes en Paulus worden “twee olijfbomen” genoemd. Op oude mozaïeken staan naast de heiligen een palmboom afgebeeld (zie bijvoorbeeld de apsis van de Sint Paulus Buiten de Muren in Rome). De olijftak is bovendien symbool van de vrede, van de genade en van de barmhartige liefde, en de palmtak is zinnebeeld van de overwinning op de duivel. Tijdens de plechtige processie verheerlijken wij Christus als Koning, als de overwinnaar. “Glória, laus et honor tibi sit, Rex Christe, Rémptor: Cui pueríle decus prompsit Hosánna pium – Glorie lof en eer zij U Koning Christus en Verlosser. Wie een vrome kinderschaar blij hosanna heeft gezongen” De gekruisigde Christus, getooid met de palm van de overwinning gaat ons voor. Wanneer de subdiaken met het kruis de kerkdeur opent, symboliseert hij Christus die door zijn lijden en dood voor ons de poort naar de hemel heeft geopend. En wij volgen Hem naar binnen met de palm van de overwinning op de duivel – de palm van het goed christelijk leven. Daarom ook het gebed dat wat wij uitbeelden, wij ook geestelijk mogen voltooien; “Ook wij, die ledematen van Christus zijn, moeten de overwinning op de heerschappij des doods bevechten en aan zijn roemrijke verrijzenis deelnemen” (Pius Parsch, Het Jaar des Heren). Tevens symboliseert dit binnengaan het binnentrekken van Jeruzalem de opgang naar zijn lijden. Dit lijden keert terug in de H. Mis. “Dómine, ne longe fácias auxílium tuum a me, ad defensiónem meam áspice: líbera me de ore leónis, et a córnibus unicórnium humilitatém meam. Deus, Deus meus, réspice in me: quare me dereliquísti? longe a salúte mea verba delictórum meórum – Heer, blijf met uw hulp niet verre van mij en zie toe om mij te beschermen; red mij, arme, uit de muil van de leeuw en van de horens der buffels. God, mijn God, zie neer op mij; waarom hebt Gij mij verlaten. De stem van mijn zonden houdt mij verre van het heil.” (introïtus van de Palmzondagmis) De stemming verandert – de feestvreugde verstomd – en wij staan stil bij het lijden des Heren. Maar ook in de somberte van deze Mis zien wij reeds de palm van de overwinning. Het Epistel van Sint Paulus aan de Filippiërs houdt het ons voor: “Hij heeft zich zelf vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, ja zelfs tot de dood aan het kruis. Maar daarom ook heeft God Hem hoog verheven en Hem de naam gegeven, die iedere naam te boven gaat, opdat in de naam van Jezus iedere knie zich buige, in de hemel, op de aarde of onder de aarde, en iedere tong belijde, dat Jezus Christus, de Heer, in de glorie is van God de Vader”. Maar ook het Evangelie is niet alleen louter kommer en kwel, wij houden immers de overwinningspalm vast. Zijn kruisdood is voor ons niet het einde, maar onze verlossing. Op palmzondag staan wij met de overwinningspalm, zo beginnen wij de Goede Week reeds met de hoop op de Verrijzenis, met de hoop op de Verlossing. Daarom was het zingen van die soms wel erg paasachtige opwekkingsliederen op de verjaardag van Jeroen afgelopen zondag, juist op palmzondag, misschien nog lang zo vreemd nog niet als dat zij op het eerste gezicht leken. Moge het palmtakje dat wij thuis boven het kruis hangen ons herinneren aan de verlossing, het kruis is niet het einde maar het begin van de overwinning. Maar moge dit takje ons er ook keer op keer aan herinneren dat zij ook symbool moet staan voor ons leven, een goed christelijk leven, dat ons uiteindelijk zal leiden in navolging van Christus door het kruis naar het eeuwige leven. Laat het ons sterken wanneer wij ons kruisje tegenkomen en laat het voor ons een teken van hoop zijn.

donderdag 26 februari 2009

Vaticanum II vaak al te simpel voorgesteld

Mgr. Hans van den Hende: "Vaticanum II vaak al te simpel voorgesteld"
Zit me al heel lang te ergeren aan het belabberd, stompzinnig, kortzichtig gezwets over Vaticanum II, ook door sommige bisschoppen en bisschoppen conferenties. Eindelijk een bisschop die zegt waar het op staat. Willen we Vaticanum II redden dan moeten we haar serieus nemen, haar laten zijn wat zij is. Vaticanum II is geen opiumpijp.

woensdag 21 januari 2009

Aanbidding

Daar waar mijn beminde Jezus woont, waar Hij troont in het tabernakel, daar wil ik voortdurend knielen. Daar wil ik onophoudelijk bidden. Jezus, ik bemin U, uit het diepst van mijn ziel. Verborgen Liefde, ik aanbid U. Verlaten Liefde, ik aanbid U. Verachte Liefde, ik aanbid U. Met voeten getreden Liefde, ik aanbid U. Oneindige Liefde, Liefde die voor ons aan het Kruis is gestorven, ik aanbid U. Mijn beminde Heer en Heiland, maak dat ik geheel en al liefde ben, geheel en al boete voor het allerheiligste Sacrament in het hart van Uw zeer milde Moeder Maria. Amen.
Gebed van Maria Stang, een Duitse moeder en grootmoeder uit het gebied van de Wolga, die door het stalinistische regime naar Kazakstan was gedeporteerd. Deze vrouw met een priesterlijke ziel bewaarde de heilige Communie en bracht haar tijdens de communistische vervolging naar de in de eindeloze steppen van Kazakstan verstrooide gelovigen. Daarbij bad zij het bovenstaande gebed.
[Uit Het is de heer van Mgr. Athanasius Schneider, ISBN 90.6257.067.4, verkrijgbaar bij De Boog]
Vanavond weer Uitstelling :)

maandag 10 november 2008

Rome

Het is al weer iets meer dan twee weken geleden dat ik terug ben uit Rome. Een heerlijke tijd was het daar. Er is – zeker voor een katholiek – altijd heel vele te zien, en te doen. De directe aanleiding was het 20-jarig bestaan van het Petrusbroederschap. Iets dat gevierd moest worden, en natuurlijk nergens anders dan in Rome, in de Santa Trinità dei Pellegrini, de parochiekerk van het Petrusbroederschap in Rome. Hetgeen van vrijdag 17 tot zondag 19 met vele plechtigheden werd gevierd. Hoogtepunt was de op zaterdag door Kardinaal Castrillón Hoyos opgedragen pontificale H. Mis. Daarnaast nog verschillende andere plechtigheden (H. Mis, vespers, lof), een dinner (in het vroegere Domus Pacis, nou dat is verandert, allemaal commercieel geworden, niet dat het daar nu echt beter van geworden is...) en een receptie op de Piazza Campo de Fiori. De kerk was afgeladen, met name tijdens de pontificale H. Mis op zaterdag, wat dus doorgaans betekende dat ik stond / knielde / op een tree naar een zijkapel zat. Geen probleem, jonge benen kunnen wel wat hebben :). De plechtigheden waren indrukwekkend en devoot; te vormden een geheel waarin ik opgenomen werd – werd meegedragen – in het opgaan naar het altaar Gods. (Foto's van de plechtigheden zijn hier te vinden) De Santa Trinità dei Pellegrini heb ik gedurende mijn verblijf in Rome nog wat vaker van binnen gezien. Iedere dag is er om 18:30 een stille H. Mis, waar ik regelmatig te vinden was. De kerk is ietwat restauratiebehoeftig maar zeker een juweeltje, en vlak door haar ligging vlak bij de Ponte Sisto en dus een goed begin van de avond, gevolgd door het gezellig vertoeven op een van de terrasjes van Trastevere waar het tegen schappelijke prijzen goed eten is, vooral in goed gezelschap. Nu waren er toevallig verschillende bekenden in Rome, sommigen, zoals een Iers echtpaar die we ooit in Nederland ontmoet hadden, ook vanwege het jubileum, andere, zoals een bekende priester uit Limburg, toevallig met een geheel andere reden in Rome, en weer andere, zoals de enkele leden van Juventutem Italia, omdat ze in Rome wonen. Naast eten, lekker eten – denk ijs, pizza, primi piatti, secundi piatti, contourni, dessert, anti pasta (zal later nog een post aan tips wijden) – ook heel veel afgelopen/gebeden en gezien, Sint Pieter, Sint Jan van Lateranen, Santa Maria Magiore, Piazza Navone, Trevi Fontein, Spaanse Trappen, Santa Maria ad Martyres, Sint Paulus buiten de muren, Tre Fontane, Sint Agnes buiten de muren, Sint Laurentius buiten de muren, Santa Maria in Trastevere en ga zo maar door. Kortom ik heb het naar mijn zin gehad en ben aan nieuwe schoenen toe. Het grappigste was nog het gezicht van de Duitser naast ons toen we hem vertelde wat Tripa alla Romana nu precies was, en wat hij dus de dag ervoor had gegeten. De saus vond hij nog best wel lekker, alleen het vlees vond hij al verdacht, maar hij had echt niet gedacht dat het pens was.

vrijdag 5 september 2008

Bootcamp: enkele gedachten bij de lezingen (3)

De lezing van pater Knudsen was voor mij min of meer gesneden koek. Maar ik geloof dat anderen er wel het een en ander van hebben opgestoken, en dat het een goede voorbereiding was op de twee H. Missen de pastoor Finigan tijdens het Bootcamp volgens de Buitengewone vorm van de Romeinse Ritus heeft opgedragen. Voor hen die graag nog het een en ander willen nalezen, kan ik een klein in het Nederlands vertaald boekje van pater Martin Ramm FSSP aanbevelen: “Ik zal opgaan naar het altaar van God; De Heilige Mis en haar riten verklaard” (een boekje dat overigs ook grotendeels op de Gewone vorm van toepassing is). De vraag aan het eind, hoe de Gewone vorm van de Romeinse Ritus de Buitengewone vorm kan beïnvloeden vond ik wel interessant. Opvallend was dat vooral principes naar voren werden gebracht, maar niet de manier waarop die principes in de Gewone vorm waren geïmplementeerd.

donderdag 4 september 2008

Bootcamp: enkele gedachten bij de lezingen (2)

Bij het herlezen van de laatste twee hoofdstukken van Prediker – in verschillende bijbelvertalingen (Canisius, Staten en Tanakh) – wordt ik nogmaals getroffen door de schoonheid en doeltreffendheid van deze tekst. “If one watches the wind, he will never sow; and if one observes the coulds, he will never reap.” Soms moet je niet te veel afvragen of de tijd rijp is, maar gewoon zaaien. God wegen zijn immers ondoorgrondelijk, “so you cannot forsee the actions of God”. Maar wanneer je niets doet, zal er zeker niets gebeuren. Lijkt een beetje op het bootcamp, wat ben ik blij dat een aantal studenten en een hermiet zo gek waren om gewoon te doen. Of zoals ze het zelf zeggen: “... there was nothing for us in our country ... So we just got up and did it ourselves.”
Dan vers hoofdstuk 11: 9 “Geniet dus, jongeling, van uw jeugd, uw hart zij vrolijk in uw jonge jaren; volg de lusten van uw hart, en begeerten van uw ogen. Maar bedenk daarbij, dat over dit alles God u eens verantwoording vraagt.” De jeugd is een mooie tijd, koester haar, maak haar vruchtbaar. 
“The sum of the matter, when all is said and done: Revere God and observe His commandments! For this applies to all mankind: that God will call every creature to account for everyting unknown, be it good or bad.” (12: 13-14)
morgen meer...

dinsdag 2 september 2008

Bootcamp: enkele gedachten bij de lezingen (1)

Het bootcamp is langzaam aan het bezinken, en daar waar eerst de vermoeidheid (en de vage glimlach) de overhand hadden, beginnen nu langzaam de lezingen weer voor de geest te komen. Eigenlijk had ik aantekeningen moeten maken, maar ik was nooit zo een schrijver, tijdens de colleges maakte ik al zeer sporadisch aantekeningen, en nog sporadischer keek ik er daarna überhaupt nog naar. Maar nu heb ik toch echt spijt dat ik niets heb neergepend. Maar goed op basis van wat ik mij nog kan herinneren, en dat wat door het verslag van broeder Hugo weer naar boven komt enkele gedachten over en voortbouwend op de verschillende voordrachten. Allereerst de lezing van rector Wagemaker. Wat mij hier het meest van bijgebleven is, is het katholieke en/en tegenover het of/of. Als voorbeeld kwam min of meer de protestantse dubbele predestinatieleer naar voren, waarbij om het kort door de bocht te formuleren de protestant (van het zwaardere – in mijn ogen betere – soort) gelooft dat door God de ene mens uitverkoren wordt tot eeuwige zaligheid en de andere niet, terwijl de mens hier zelf niets aan kan doen. Een heikel punt binnen het protestantisme waar velen mee worstelen – en dat vaak minder benauwend wordt beleeft dan buitenstaanders denken. Dit werd als een of/of optie gesteld tegenover het katholieke en wij worden door de Genade alleen gered en wij moeten wel de Genade laten werken. Hoewel het calvinistische of/of, wanneer je het goed beschouwd, wel degelijk als een en/en is op te vatten – en de goddelijke barmhartigheid en de uitverkiezen – is het een zeer illustratief voorbeeld. Het katholieke en/en moet natuurlijk niet tot in het absurde worden doorgevoerd waarbij een loutere these en anti-these tegenover elkaar worden uitgespeeld. Het is goed te beseffen dat in het ondermaanse loutere thesen en anti-thesen zowat alleen in laboratoriumomstandigheden voorkomen en dat wij buiten het laboratorium vaker met complexe stelsel van thesen te maken hebben. Dit gedeelte van de lezing deed mij denken aan de voordracht van bisschop Rifan (Campos, SSJV) bij de tweejaarlijkse vergadering van de Internationale Federatie Una Voce in Rome:
I am writing some points in order to show to our people the point of union. There are four points. 1. Unity: Unity is necessary, unity in doctrine, unity in our relations with the Magisterium of the Church, 2. The second point: In dubiis libertas: in the things that are not necessary – liberty, freedom, 3. Third point – Charity: in omnibus caritas. We must respect others. A Jesuit never thinks like a Dominican but both are Catholics. We must not be fighting among ourselves because we disagree about some things. 4. And the fourth point is humility – humilitas: Humility is the sign of being Catholic. Do not think that we are the saviour of the Church, that we are the main force of the Church. The main function of our group is to serve the Church. We will not save the Church – the Church will save us, and we are only showing our service, our Catholic spirit, to the Church in order to help the reform of the Church. Pope John Paul II said that the Church does not need reformers, the Church needs saints. Reformers are Luther and Calvin; the saints are St Teresa, St John of the Cross, St. Ignatius Loyola, St Francis Xavier. They were not saints because they were reformers, they were reformers because they were saints. Our work here is seeking for the sanctity of the Church.
Dankzij broeder Hugo werd ik weer herinnerd aan de laatste twee hoofdstukken van Prediker die rector Wagemaker ons voorhield. Een heerlijke tekst. Maar daarover morgen (of overmorgen, want morgen ben ik jarig) meer...

zondag 13 juli 2008

Priesterbroederschap quo vadis?

Hieronder volgt een ruwe vertaling uit het Duits van een artikel van Pater Recktenwald op kath-info.de “Het priesterbroederschap ziet de onderhandelingen met Rome als onderhandelingen met een potentiële politieke coalitiepartner. In de Kerk echter is men gehoorzaamheid aan de Heilige Stoel verplicht” Een analyse van Pater Engelbert Recktenwald Linz (kath.net/kath-info.de) - “Onze tegenstanders hebben nergens meer schrik van dan voor een terugkeer van het Priesterbroederschap van de Heilige Pius X tot de volledige kerkelijk gemeenschap met een navolger van Petrus, wiens gehechtheid aan de liturgische traditie van de Kerk zij delen”, schreef Kurt Bantle, Dr. Rudolf Kaschewsky en Dr. Helmut Rückriegel (het bestuur van UNA VOCE Deutschalnd e.V.) in een vurige oproep ten aan zien van het Motu Proprio Summorum Pontificum aan hun “Vrienden”, het Priesterbroederschap Sint Pius X, in de UNA VOCE Korrespondenz 1/2008 Maar het Piusbroederschap ziet dit anders. Zij wenst van rome niet erkent te worden en als een gemeenschap van pauselijk recht gevestigd te worden, zolang Rome niet aan alle voorwaarden van het Piusbroederschap voldoet. Daaronder vallen het opheffen van de excommunicatie van de wederrechtelijk geweide bisschoppen en de “bekering”van Rome tot de Traditie. De betekent: Het priesterbroederschap ziet de onderhandelingen met Rome als onderhandelingen met een potentiële politieke coalitiepartner. Daar is het iedere partij vrij om een coalitie aan te gaan of niet. In de Kerk echter is men gehoorzaamheid aan de Heilige Stoel verplicht. “Zich aan de Romeinse Paus te onderwerpen, is voor alle mensen beslist noodzakelijk”, zo luidt de leer, zoals zij door Bonifatius VIII in de Bulle Unam Sanctam wordt geleerd en die de Piusbroederschap beweert te erkennen. De gehoorzaamheid aan de Paus heeft alleen daar haar grenzen, waar hij iets verwerpelijks zou bevelen. De voorwaarden die Rome aan het Piusbroederschap stelt, bevatten – zowel momenteel als in het verleden – zoals zij zelf toegeven, niets verwerpelijks. Daarmee is voor iedereen, die aan het overgeleverde geloof vasthoud, duidelijk dat: een weigering zich aan Rome te onderwerpen, kan niet gerechtvaardigd worden. De Piusbroederschap is van mening dat de tijd voor een verzoening nog niet rijp is. Dat is de verraderlijke taal van diegene, die een vereniging met Rome als een soort vrije coalitieonderhandeling ziet. Maar misschien heeft het Piusbroederschap toch zwaarwegende argumenten voor hun houding? Bekijken wij de rondzendbrief van de generaaloverste Bernard Fellay van 14 april 2008, waarin hij zijn afwijzende houding motiveert. Hij is overigens dezelfde generaaloverste, die in het jaar 2000 op een interviewvraag van 30Giorni heeft geantwoord, dat hij uit kinderlijke gehoorzaamheid aan het Hoofd van de Kerk zou terugkeren, wanneer de Paus hem zou roepen. De naïeve aanname, dat voor goede munt aan te kunnen hemen, heeft toentertijd Kardinaal Castrillon Hoyos de hoop op een snelle overeenkomst met het Piusbroederschap gegeven. In de bovengenoemde rondzendbrief verklaart bisschop Fellay dat het grondprincipe van het Piusbroederschap het bewaren van het geloof zou zijn. Dat zou natuurlijk alleen dan een argument zijn wanneer het onmogelijk zou zijn het geloof te bewaren als men in eenheid met Rome is. Bedoelt Fellay dit werkelijk? Dat volgt niet eenduidig uit zijn tekst. Fellay voert de veranderingen op, die na het II Vaticanum de visie van de Kerk op zichzelf, op de wereld, op de staat en op de andere religies bepaald hebben. Hij spreekt over de revolutie van 1789, die de Kerk binnengedrongen zou zijn. Om Paus Benedictus XVI op deze revolutie vast te pinnen, komt hij met een citaat uit 1984, dat luidt: “De opdracht van de 60er jaren bestond erin, zich de beste waarden, die in twee eeuwen liberale cultuur tot uitdrukking komen, toe te eigenen. Dit zijn inderdaad waarden, die, zelfs, wanneer zij niet binnen de Kerk gerijpt zijn, daarin van haar visie op de wereld gereinigd en gecorrigeerd hun plaats zouden kunnen vinden. Dat is verwerkelijkt.” Dit citaat zou aantonen, dat er – afgezien van de vrijgave van de overgeleefde liturgie – niets veranderd zou zijn: zo alsof de Paus niet juist een grote nadruk op een “hermeneutiek van de continuïteit” in de concilieïnterpretatie zou leggen, om iedere breuk van de kerkelijk leertraditie de grond te ontnemen. Fellay beschuldigd Rome ervan ieder negatief oordeel over andere religies te vermijden: zo alsof de Paus nooit de Regensburger Rede gehouden zou hebben, die de woede van de moslimwereld ontketende. Evenzo negeert hij de facto de met het oog op een geloofsgetrouwe ecclesiologie gegeven verklaring, die Rome over het “subsistit” heeft gegeven, dus over de formulering, dat de Kerk van Christus in de katholieke Kerk subsisteerd. De klassieke beschuldiging luidt, dat met deze formulering de identiteit en de enigheid van de Katholieke Kerk als de Kerk van Christus afgezwakt werd. Iedere katholiek, die deze naam verdient, verheugd zich over verklaringen, die een heterodoxe uitleggingen de grond ontnemen. Echter hoe reageert Fellay? Hij schrijft: “De Kerk is niet de katholieke Kerk, zij bestaat in haar (sussistit in). Kan men ook beweren, zij bestaat alleen in haar, zo is toch vast te stellen, dat men daarmee een werken van de Heilige Geest buiten deze Kerk van Christus, buiten de Katholiek Kerk beweert.” Fellay loochent dus een werken van de Heilige Geest buiten de Kerk. Dat is niet meer katholiek. De stelling, dat er buiten de Kerk geen genade zou zijn, werd door Paus Clemens XI veroordeeld. Ieder genade gaat echter op het werken van de Heilige Geest terug. Van het oorspronkelijke verwijt aan het subsistit blijft dus niet veel meer over. Men krijgt de indruk dat Fellay aan een interpretatie van het Concilie in het licht van de traditie geen interesse heeft. Verraderlijk is zijn stellingnamen ten aanzien van de romeinse verklaringen: “De recente verklaring van de geloofscongregatie met betrekking tot het woord subsistit is in deze betrekking zeer verhelderend. Er wordt beweerd dat de Kerk geen nieuwigheden zou kunnen leren; daarbij leert deze verklaring de op het Concilie ingevoerde nieuwigheid ...” Fellay doet dus, alsof de verklaring die nieuwigheid, dus een afwijking van het eerdere Geloof, bekrachtigd, en negeert dat zij precies het tegenovergestelde doet. En zo een priesterbroederschap eist theologische onderhandelingen! Daar kan Rome als tegen windmolens vechten. Fellay negeert alles wat Ratzinger zowel als kardinaal als ook als Paus onvermoeid voor het zuiverhouden van het geloof heeft gedaan, om aan zijn diagnose te kunnen vasthouden, dat men vandaag alleen in gevecht tegen de van Rome gegeven koers het geloof zou kunnen bewaren. Het is moeilijk het niet met Guido Horst eens te zijn wanneer hij voor kort in de Tagespost schreef: “Maar de Pius-Broeders hebben zich al lang uit deze oorlog [tussen gezond traditionalisme en naconciliair modernism] naar het reik van het absurde teruggetrokken.” Maar zelfs wanneer Rome niet van koers was gewijzigd, dan was dat geen reden om een verzoening met Rome te weigeren. Het gedrag van aartsbisschop Marcel Lefebvre onder Paulus VI en in de beginjaren van het pontificaat van Johannes Paulus II is in strijd met de tegenwoordige houding van de Piusbroederschap. “Laat u ons het experiment van de Traditie doen! “, was zijn verzoek, die hij steeds weer tot de Paus richtte. Nu zou Rome dit expirment willen toestaan, echter de Piusbroederschap wil hier niets meer van weten. Zij wil de tijd afwachten waarin de Traditie geen experiment meer is. Toen aartsbisschop Lefebvre de verzoening met Rome van 5 mei 1988 liet ploffen, was dit niet om theologische redenen, maar om een psychologische, zoals hij zelf nadrukkelijk vaststelde: Hij had geen vertrouwen, omdat hij de toezeggingen van Rome (toestemming voor de overgeleverde liturgie, canonieke oprichting en erkenning van het priesterbroederschap) als een val zag. Ondertussen kan er geen twijfel meer aan bestaan dat de uitgestrekte hand van de Heilige Stoel geen val is, maar geheel en al in de context staat van een serieuze poging van een echte liturgische en geloofsvernieuwing staat. Dus ook de reden uit het jaar 1988 gaat vandaag niet meer op. De indruk wordt gewekt dat Fellay niet, zoals in het interview beweert, naar de paus toeloopt, maar van hem wegloopt, en dit steeds sneller, hoe meer deze hem tegemoet komt. Daarmee doet hij dat wat zijn tegenstanders willen. In dit punt heeft de UNA VOCE de spijker op de kop getroffen. Men zou ook een woord van Talleyrands op het Piusbroederschap kunnen toepassen: Hun afwijzende houding is niet alleen zonde, maar ook een fout.